Hemelvaart en Pinksteren

meiboom
Meiboom

Wanneer je aan de kinderen van de school vraagt wat het pinksterfeest inhoudt weten ze een heleboel zaken te noemen. Het is het feest waarop we allemaal in witte kleren naar school komen. Het is het feest waarop we bruidstaart eten. Het is het feest waarbij we om de meiboom dansen. Het is het feest waarbij de kleuters als bruiden en bruidegommen verkleed zijn. Allemaal uiterlijke kenmerken van het pinksterfeest. Het pinksterfeest zelf is geen makkelijk feest om te bevatten. Daarom in dit stuk een wat meer inhoudelijke benadering van de achtergronden van het feest.

Als kind leerden diegenen die christelijke basisscholen bezochten dat Pinksteren het feest was van ”het uitstorten van de heilige geest”. Grote woorden zijn dat en wat moet een kind zich daar nu bij voorstellen? Eerst Pasen, dan Hemelvaart en daarna Pinksteren. Er zit een mooie opbouw in deze feesten. Op de Paasmorgen verschijnt Jezus als de opgestane Christus. Zijn gestalte is dan alleen nog zichtbaar voor hen die op zijn opstanding zijn voorbereid. Je zou je dat voor kunnen stellen als een bepaalde kracht of energie die op een gebalde manier vrij komt bij die opstanding. Deze “energie” is voor ingewijden zichtbaar. Maria Magdalena denkt op die Paasmorgen in eerste instantie de tuinman te ontmoeten. Een tuinman is toch degene die de levensenergie van de planten verzorgt. Dat is een prachtig beeld. Zij ervaart die gebalde kracht en dat roept in haar het beeld van de tuinman op. Even later herkent ze haar heer.
Veertig dagen lang wordt deze opstandings- kracht door mensen gevoeld en beleefd. In de loop van die veertig dagen lost die gebalde energie als het ware op. Hij verdwijnt niet, maar de energie verwijdt zich. Wat zich in eerste instantie plaatselijk afspeelde werd daardoor een zaak van de wereld.

Door Hemelvaart wordt de Christuskracht voor alle mensen. Het wordt voor iedereen toegankelijk. Dit is het oerbeeld van het homeopathische principe. Christus stijgt op ten hemel. Door een wolk wordt hij aan het zicht van de discipelen onttrokken. Het verwijden, oplossen van die energie ervoer men als een wolk.
Water, en dan in de vorm van waterdamp, is een element dat goed bij Hemelvaart past. Zo is het een mooi gebruik om dan bijvoorbeeld bellen te blazen. Zo maak je opnieuw een verbinding met de kosmische wereld. Dauwtrappen is een ander hemelvaartgebruik. Dat heeft te maken met wakker zijn op het juiste moment, het beleven van de overgang tussen de nacht (het gebied van de geest) en de dag (het gebied van het bewustzijn).

En dan wordt het Pinksteren, het feest van enthousiasme. Dit woord komt van “In Theos”, in God zijn. Dat wat zich eerst buiten de mensen bevond komt nu bij de mensen binnen. Ze worden er als het ware warm van. Wij zouden zeggen dat ze de geest kregen. Wanneer je de geest krijgt, heb je richting in het leven. Dan weet je waar je voor gaat. Dan wil je ook anderen enthousiast maken voor dat wat jou raakt en bezighoudt. De duif is het symbool van de geest. De duif heeft een ingeboren gevoel voor richting. Hij wijst ons de weg. Denk bijvoorbeeld aan de duif in het verhaal van Noach. Ook in sprookjes zie je de duif vaak als brenger van een hemelse boodschap.

Op de vrije school hebben we een geheel eigen vorm ontwikkeld voor dit feest. Oude voorchristelijke symbolen vermengen zich met symbolen die uit de westers-christelijke traditie komen. Jonge kinderen zijn verkleed als bruid en bruidegom. Wat hebben nu al die pinkster-bruiden en bruidegommen met Pinksteren te maken? De bruid is het beeld voor Moeder Aarde die zich met haar mooiste kleed tooit. Dat is wat je ook buiten in de natuur ziet. Moeder Aarde tooit zich in het wit. Het is de tijd van de witte bloemen. Alles bloeit. Bruiden, bruidegommen, bruidstaarten, allemaal symbolen die met het verenigingen van het aardse en het geestelijke te maken hebben. Allemaal oeroude, voorchristelijke symbolen.
Vroeger kapte men de langste rechte boom uit het bos. Deze werd op een centrale plaats opgezet en versierd met linten. Om die boom kwam men samen. Daar werd de gemeenschap gevormd. Het dansen om de meiboom refereert daaraan.
Een deel van het pinksterfeest beleven de kinderen door ons. Door onze houding en verbinding met dit feest gaat het feest voor de kinderen leven. Dat is wat in de school zo duidelijk voelbaar is. Misschien is het wel belangrijk dat de kinderen het feest niet goed begrijpen. Misschien werkt het juist gemeenschapvormend dat wij dit feest voor hen proberen te begrijpen en voor te leven.

Bron:
Jaarfeestenboekje met tekst van Elisabeth Steinmeijer-van Ooijen. 

Jaarfeesten, Hemelvaart, Pinksteren, meiboom, bruidstaart, pinksterbruid, pinksterbruidegom, Moeder Aarde, voorchristelijke symbolen

  • Hits: 904