Driekoningen

driekoningenMelchior en Balthasar,
komen uit het oosten,
komen uit het oosten,
Melchior en Balthasar,
komen uit het oosten samen met Kaspar

In optocht zingend, trekken de kleuters als koningen verkleed door de school. Voorop loopt de engel met de ster, gevolgd door Maria en Jozef met het kindje. Daarachter komen de koningen vergezeld door hun pages en kamelen.

Wanneer er veel kinderen in een klas zijn, is er een grote stoet engelen, zijn er meerdere pages, is er een sterrenwichelaar, een os en ezel en wat er nog maar te bedenken valt voor een optocht als deze.

Op 6 januari wordt het Driekoningenfeest gevierd. In de kersttijd (25 december tot 6 januari) lijkt de zon wel stil te staan: tien dagen lang komt de zon op dezelfde tijd op. Dan, vanaf 6 januari gaat het razendsnel: de dagen worden langer, het licht verschijnt.

Epifanie, de verschijning van het licht.

De drie koningen waren ingewijden, magiërs, die door hun leermeester Zarathustra waren in- gewijd en voorbereid op de komst van Christus. Op de een of andere manier bleef deze kennis door de incarnaties heen bij hen aanwezig. Nachtenlang turen zij de hemel af op zoek naar het teken dat de koning van het licht is geboren. Wanneer zij dan zijn teken vinden, gaan ze op reis. Ze ontmoeten elkaar en samen trekken ze verder. De drie koningen vertegenwoordigen drie oude culturen.

Balthasar vertegenwoordigt de oude Indische cultuur. Hij schenkt het kind de wierook. Wierook is gewijde rook, heilige rook. Wierook is ook het symbool van overgave en liefde. Het vormt een verbinding tussen hemel en aarde.
Kaspar komt uit het Morenland. Hij vertegenwoordigt de Egyptisch/Chaldeeuwse cultuur. Hij schenkt het kind de mirre. Mirre is een bittere stof gemaakt uit gom, hars en etherische olie. Mirre werkt sterk op de wil van de mens.
Melchior vertegenwoordigt het oude Perzie. Hij schenkt het kind het rode goud. Goud is het metaal van de koningen. Het is het symbool van koninklijke wijsheid.

Niet in de optocht aanwezig is de vierde koning. Er zijn vele verhalen bekend die de zoektocht van deze vierde koning als onderwerp hebben. Ook hij heeft het koninklijke teken aan de hemel gezien. Ook hij is op weg gegaan om het kind te aanbidden. Ook hij wil zijn geschenk, in de verhalen vaak een edelsteen, aan het kind overhandigen. Onderweg ziet hij de ster echter niet meer en hij moet zelf zijn weg zoeken. Er komen echter steeds mensen op zijn pad die hem nodig hebben. Steeds weer gaat hij in op de noden van anderen. Steeds verder lijkt hij van zijn koning vandaan te komen. Steeds is hij te laat. Pas aan het eind van zijn leven, op Goede Vrijdag, vindt hij zijn koning wanneer deze naar Golgotha gebracht wordt. Hij is te laat om zijn koning te aanbidden en hij sterft nadat hij gevoeld heeft hoe de aarde beefde en de lucht trilde. Hij heeft een visioen en hoort de woorden: ”Wat gij aan mijn geringsten hebt gedaan, hebt ge aan mij gedaan”.

Driekoningenavond is van oudsher een avond waarop de kinderen langs de deuren trekken. Ze kregen koningsbrood. Degene die de koningsboon had, was de koning van het feest. Zo ook op school. Drie bonen zijn er in het koningsbrood te vinden. Drie koningen zijn er op het feest.

Bron:
Jaarfeestenboekje met tekst van Elisabeth Steinmeijer-van Ooijen. 

Jaarfeesten, Driekoningen, Melchior, Balthasar, Kaspar, Mirre, Goud, Wierook, Koningsbrood

  • Hits: 994