Palmpasen

palmpasen
Palmpasenstok nog zonder broodhaantje!

Ieder jaar weer lopen de verschillende klas sen met hun palmpaasstok door de wijk. Een vrolijk gezicht is het, al die kinderen met hun zelfgemaakte, versierde palmpaasstokken. Bovenop prijkt een broodhaan, crêpepapieren linten wapperen in de wind, er hangen versierde eieren aan de stok en er is een ketting met gedroogde vruchten. De haan zit in het groen. Het is hetzelfde groen dat ook gebruikt wordt voor de palmtakken in de katholieke kerk. Buxus is het, het blijft eeuwig groen. De kinderen zingen: ”Palmpasen, palmpasen versier je groene tak”.

Het is een uitbundig feest, zo aan het begin van de Stille Week. Het refereert aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. Op een ezel gezeten rijdt hij de stad binnen. Als een koning wordt hij binnen gehaald. De mensen aan de kant spreiden hun mantels voor hem uit en ze zwaaien met palmtakken. Een bijzonder beeld is dat: een koning op een ezel. Toch beslist geen koninklijk lastdier te noemen.
Het treffende van dit verhaal is dat de mensen hem op dat moment als koning toejuichen maar dat dezelfde mensen een paar dagen later met dezelfde overtuigingskracht roepen: “Kruisigt hem”. De palmpaasoptocht wijst op een bijzondere manier vooruit naar Pasen, naar de opstanding.